Limit Hold'em op Internet


Een beginnersgids om de lage limieten te verslaan


6 - De River

Zorg dat je alle mogelijke combinaties ziet die je hand kunnen verslaan. Als je vooral gefocused bent op je eigen hand kan het soms gebeuren dat je een straat of flush mogelijkheid op de laaste kaart over het hoofd ziet. Ga dus goed na welke mogelijke handen je tegenstander kan hebben.

De situaties op de river zijn vaak vrij eenvoudig. Als je bij de laaste kaart bent aangekomen heb je zelf:
  • Hoog Paar
  • Goede starthand (zoals AK), maar geen paar. (Je hebt eerst agressief gebet, maar op de turn gecheckt en een gratis kaart gekregen.)
  • Gemiste straat
  • Gemaakte straat
  • Gemiste flush
  • Gemaakte flush
  • Een set
  • Een full house
  • Hoge kaarten, maar geen paar. Beide kaarten zijn hoger dan de kaarten op tafel.
  • Rommel. Je hebt niks, en je bent bijvoorbeeld op de river aanbeland doordat iedereen heeft gecheckt.
1. Hoog Paar - Je hebt nog steeds top pair.

Als iedereen voor je checkt:

Bet.
Als je meer dan 1 tegenstander hebt op de river kan je beter checken.

Als iedereen checkt en achter je zit een speler die op de turn heeft geraised:

Check.
Hij bet waarschijnlijk weer. Daarna: call.

Op de river komt er en flushkaart of een vierde kaart van een straat:

Check of call als er wordt gebet. Veel tegenstanders zullen hier checken, om vervolgens te raisen. Geef ze deze kans niet, check dus.

Als iemand die voor je zit en die steeds heeft gecalled, ineens bet:

Call.
Er is een goede kans dat je bent verslagen. Maar omdat er een kans is dat je tegenstander bluft, moet je callen.

Als je tegenstander een check-raise doet:

Call.
Je bent wederom waarschijnlijk verslagen, maar er is een kans dat je tegenstander bluft. Gezien de grootte van de pot moet je dus callen (pot odds). Stel de pot bevat 8 keer het bedrag dat je moet callen, dat betekent dat je voor deze call 8:1 op je geld krijgt. Als je dus vaker dan 11% van de gevallen de beste hand hebt, lig je er op de lange termijn op voor en moet je dus altijd callen.

2. Goede starthand, maar geen paar.

Als iedereen checkt:

Check.
Als je AK hebt, kan het zijn dat je nog de beste hand hebt. Als dat niet zo is, zal je de pot niet winnen met een bluff.
Dit is typisch zo'n situatie waar zetten absoluut geen winstverwachting heeft. Op de lage limieten gooit bijna niemand een klein paartje weg, omdat ze al zo ver in de hand zitten. Als je nu zou zetten, zullen ze altijd de verliezende hand weggooien en word je alleen gecalled als je verslagen bent. Bovendien krijg je de kaarten van je tegenstander te zien als jij achterin zit, en die informatie is ook wat waard.

Als iemand bet:

Met een hand als AK of AQ kan je de bet callen als je slechts één tegenstander hebt en er zijn veel handen mogelijk die je kunt verslaan, zoals een gemiste straat of flush, en als de pot groot genoeg is om deze call te verantwoorden.
Als je meerdere tegenstanders hebt moet je altijd folden.

3. Je hebt een straat.

Als je de straat hebt gemaakt met beide kaarten:

Bet.
Als er wordt gebet en geraised, call je de raise. Als je de nuts hebt: reraise.
Als er geen flush of full house mogelijk is en er wordt gebet: raise.

Je hebt op de turn een straat gemaakt en geraised. De tegenstander die op de turn heeft gebet, bet nu weer tegen je in:

Call als je niet de nuts hebt. Je tegenstander laat zoveel kracht zien, dat het goed kan dat hij een betere hand heeft. Als je wel de nuts hebt: reraise.

Je hebt een straat en er wordt gebet en geraised, nadat er een flush of een full house mogelijk is geworden:

Call de raise. Je hoopt dat je nog de beste hand hebt. In ieder geval niet reraisen.

Als je de straat hebt gemaakt met slechts één kaart:

Dit is vaak een lastige situatie, omdat de kans heel groot is dat je de pot moet delen.
Als je AK hebt en er ligt K Q J T 7 zonder flushkans, dan heb je de nuts. Maar je weet dat niet iedereen een aas kan hebben, als je met 5 man in de pot zit. Als iemand rechts van je bet en er zitten nog een paar man achter je, kun je het beste callen, in de hoop dat een (extreem) slechte speler nog callt met een 9 voor de 'sucker straight'.
Als je raist, weet je zeker dat niemand nog callt met een verliezende hand.

Als je JJ hebt en de board leest Q T 9 8 6 kan je wat agressiever zijn, maar je bent nog steeds verslagen door iemand met KJ. Je kunt makkelijk een keer raisen, maar na een reraise moet je slechts callen. Het is moeilijk te bedenken dat iemand 3 bets maakt zonder een J of KJ.

Als je 77 hebt en de board is J T 9 8 2 kan je eigenlijk zelf niet zetten. Iemand met een enkele Q heeft al een hogere straat en iemand met KQ heeft de nuts. Het beste is om te checken, in de hoop dat iemand nog bet met een set of met two pair. Als iedereen naar je toe checkt, is het verleidelijk om er nog een value bet uit te gooien, maar je zal regelmatig een check-raise om je oren krijgen, die je dan ook moet betalen vanwege de pot odds.

4. Je hebt een flush.

Als je de flush hebt gemaakt met beide kaarten:

Bet.
Als er voor je wordt gebet en geraised: call, tenzij je de nuts hebt, dan reraise je. Als je de flush hit en er is geen full house mogelijk, raise dan als er tegen je in wordt gebet.

Je hebt op de turn een flush gemaakt en geraised. De tegenstander die op de turn heeft gebet, bet nu weer tegen je in.

Call als je niet de nut hand hebt.
Je tegenstander laat zoveel kracht zien, dat het goed kan dat hij een betere hand heeft. Als je wel de nuts hebt: reraise.

Je hebt een flush en er wordt gebet en geraised, nadat er een vierde flush kaart op tafel is gekomen, of nadat er een full house mogelijk is geworden:

Call de raise.
Je hoopt dat je nog de beste hand hebt. Als je nog steeds de nuts hebt (flush met de aas en geen paar op tafel): reraise.

5. Je hebt een set.

Als er geen flush of straat mogelijk is:

Bet of raise.
Als je nog de nuts hebt reraise. Als je niet de nuts hebt, call je een reraise.

Als er een straat of flush mogelijk is (waar twee kaarten voor nodig zijn):

Bet. En anders raise een keer. Call een reraise.

6. Je hebt een full house.

Als je de hoogst mogelijke full house hebt:

Bet, raise en reraise.

Je hebt de laagste full house en degene die raist heeft de hele hand door gebet:

Raise een keer en call slechts als er gereraised wordt. In het geval dat de riverkaart een derde kaart van een kleur is, kan je cappen, aangezien er een kans is dat je tegenstander z'n flush draw agressief heeft gebet.

Wees voorzichtig met een 'underfull'. Als je bijvoorbeeld A8 hebt en de board leest J J 8 8 Q, ben je al verslagen door een enkele J en door QQ. Je kunt wel zelf zetten, maar als er voor je gebet wordt, kun je eigenlijk alleen nog maar callen.

7. Je hebt 2 paar.

Als iedereen checkt:

Bet.
Je hebt een sterke kaart en je wilt nog afbetaald worden door een top pair hand.
Op een zeer gevaarlijk board kan je natuurlijk beter checken.

Als er wordt gebet door een speler die de hele hand heeft gebet:

Call.
Je kan de beste hand hebben, maar het is niet het risico waard om te raisen.

Er liggen 4 kaarten van dezelfde kleur of 4 kaarten van een straat op tafel.

Check.
Als er gebet wordt door je enig overgebleven tegenstander: call. Als er gebet en geraised wordt: fold.

8. Rommel. Je hebt weinig of niks.

Check en fold bij elke bet.

Concluderend:
  • Als je op de river bent en je hebt een sterke hand, bet je bijna altijd. Als je geen sterke hand hebt op de river, heb je een draw gemist of een gratis kaart gehad. In deze gevallen check je of fold je.
  • Je speelt alleen superagressief verder als je de nuts hebt, of bijna de nuts (top full house).
    Voorbeeld: Heb je een K-hoge flush, raise slechts één keer, als je wordt gereraised: call.
    Een goede vuistregel is: maak nooit 3 bets zonder de nuts.

« Vorige | Spelstrategie | Volgende »

 
 
Online Poker
beginnen met online poker
Speluitleg
pokerstrategie
pokerartikelen
Live Poker
Pokerboeken
Pokerfilms
Pokersoftware
Pokerspelers
pokervideos
Pokerquote